Bij seksuele gezondheid spelen meerdere factoren. Wilt u seksuele gezondheid bevorderen? Dan is het belangrijk om inzicht te krijgen in feiten en cijfers over: soaSeksueel overdraagbare aandoeningen (inclusief hivhumaan immunodeficiëntievirus ), onbedoelde zwangerschap en/of seksuele grensoverschrijding.

 

Cijfers

Wat zijn soaSeksueel overdraagbare aandoeningen?

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) zijn infectieziekten die zich door seksueel contact via seksuele netwerken snel kunnen verspreiden. Hieronder valt ook het hivhumaan immunodeficiëntievirus -virus. Hiv breekt het immuunsysteem af, wat leidt tot verschillende aandoeningen (aidsAcquired immune deficiency syndrome (aids) ). Zonder behandeling leidt dit altijd tot overlijden. Mensen met hiv moeten de rest van hun leven medicatie gebruiken. Als ze daar op tijd mee beginnen hebben ze een goede levensverwachting. Bovendien zorgt behandeling ervoor dat ze hiv niet meer kunnen overdragen.

 

Aantal soa-diagnoses neemt toe

Er zijn meer soa’s gevonden bij mensen die zich bij een huisarts of een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) van de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst hebben laten testen. Bij de huisarts werd in 2018 7% meer chlamydia gevonden. Bij de CSG’s werd in 2019 17% meer syfilis gevonden en 11% meer gonorroe. De meeste soa’s werden bij de CSG’s gevonden in de volgende gevallen:

  • waarschuwing: mensen die door hun partner zijn geïnformeerd dat ze een soa kunnen hebben
  • klachten: mensen met klachten die duiden op een soa
  • hiv-diagnose: mensen die hiv hebben
  • soa-diagnose: mensen die in het afgelopen jaar een eerdere soa-diagnose hebben gehad.

 

Aantal soa-consulten bij de huisarts neemt toe

De meeste soa-consulten vinden plaats bij de huisarts. In 2018 ging het naar schatting om 334.700 consulten; een toename ten opzichte van 2017, toen waren er 307.400 consulten. De CSG’s van de GGD zijn bedoeld als aanvulling op de huisarts, voor groepen die een verhoogd risico lopen op soa. In 2019 vonden bij de CSG’s 150.782 soa-consulten plaats, ongeveer hetzelfde aantal als in 2018 (152.217).

Meer cijfers en feiten voor soa vindt u op de website VZinfo:

 

Minder nieuwe hiv-diagnoses

Het aantal nieuwe hiv-diagnoses is in 2019 gedaald naar 580, vergeleken met 890 in 2015. Het behalen van het nationale doel van een halvering per 2022, lijkt hiermee haalbaar. Eind 2019 leven er naar schatting 23.700 mensen met hiv in Nederland. De meeste van hen kennen hun hiv-status, worden behandeld en hebben een onderdrukt hiv-virus. Dat betekent dat zij net zo lang en gezond leven als anderen en hiv niet meer door kunnen overdragen.

Maar naar schatting zijn 1.730 mensen er niet van op de hoogte dat ze hiv hebben. Nog steeds komen mensen met hiv te laat in zorg:

  • 66% van de heteroseksuele mannen
  • 58% van de vrouwen
  • 39% van de mannen die (ook) seks hebben met mannen.

In 2019 zijn 18 mensen in Nederland overleden aan aids, bijna altijd als gevolg van te laat ontdekken dat men hiv heeft. Uit hiv-cijfers per stad en regio blijkt dat 43% van de mensen met hiv leven in de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht). Meer dan de helft van de mensen met hiv leeft dus buiten die grote steden. Ook laten de cijfers zien dat de uitdagingen in de aanpak van hiv verschillen per regio en gemeente.

Ieder jaar zijn opnieuw ongeveer 200.000 jongeren seksueel actief.

 

Huidige situatie
  • Ongewenst zwanger: in 2017 had 2,9% van de mannen en vrouwen van 25 tot en met 49 jaar in het afgelopen jaar te maken met een ongeplande zwangerschap. Voor 0,4% van de mannen en 1,7% van de vrouwen was de zwangerschap ongewenst (de Graaf & Wijsen, 2017).

  • Tienermoeders: op 1 januari 2020 waren er 1643 tienermoeders in Nederland. In 2019 waren dit er 1779. Dit is 3.5 op de 1000 tienermeisjes. Ook het aantal geboren kinderen onder tieners daalt. In 2019 werden er 1259 kinderen geboren onder tienermoeders en in 2018 zijn dit 1310 kinderen. Het aantal tienermoeders onder Nederlandse en niet-Nederlandse meisjes daalt en is sinds 2001 nog nooit zo laag geweest. Het geboortecijfer in 2019 onder tieners ligt rond de 2.8 . Bij een aantal niet-westerse groepen is het geboortecijfer echter relatief hoog. In 2016 geldt dit vooral voor Syrische meisjes (40 per 1000), Somalische meisjes (19 per 1000), Bulgaarse meisjes (60 per 1000), Poolse meisjes ( 12 per 1000), Antilliaanse meisjes (14 per 1000) en Surinaamse meisjes (7 per 1000). De meeste tienermoeders wonen in Noord-Holland en Flevoland (CBSCentraal Bureau voor de Statistiek, Centraal Bureau voor de Statistiek.nl, 2020)

  • Zwangerschapsafbreking bij tieners: in 2018 zijn er 2.520 zwangerschappen afgebroken onder tieners. Er zijn 49 zwangerschappen afgebroken bij tieners onder de 15 jaar. Het aantal abortussen onder tieners is verder gedaald, uitgedrukt in tiener abortuscijfer. In 2018 was het tiener-abortuscijfer 4.8 (aantal abortussen per 1000 in Nederland wonende vrouwen jonger dan 20 jaar). Van de meeste tieners die zwanger worden, is de meerderheid 18 jaar of ouder. Bijna twee derde van de zwangere tieners kiest voor afbreking zwangerschap. Naarmate meiden ouder worden kiezen ze vaker voor het moederschap. Meer cijfers over de omvang van zwangerschapsafbreking naar leeftijd vindt u op Volksgezondheidenzorg.info: Zwangerschapsafbreking naar leeftijd

  • Abortuscijfers hoger bij vrouwen met niet-westerse afkomst: in 2016 had 50% van vrouwen die een zwangerschap liet afbreken, een niet Nederlandse herkomst. Ook de abortuscijfers onder vrouwen met een niet westerse achtergrond zijn hoger dan onder Nederlandse vrouwen. De verschillen tussen herkomstgroepen zijn echter groot. Zo was het geschatte abortuscijfer per 1.000 Nederlandse vrouwen 6,2, bij Nederlandse vrouwen met Antilliaanse afkomst 31,6, bij Surinaamse vrouwen 26,9, bij Afrikaanse vrouwen (exclusief Marokko) 23. Bij nagenoeg alle niet-westerse herkomstgroepen heeft een groot deel van de vrouwen eerdere ervaring met een zwangerschapsafbreking.

  • Ongewenst zwanger ondanks gebruik anticonceptie: in 2015 gebruikte twee derde van de cliënten die een zwangerschap afbraken, een half jaar voorafgaand aan de abortus, een anticonceptiemethode. Een derde van de abortuscliënten van 15 t/m 44 jaar is zwanger geworden terwijl ze naar eigen zeggen, de pil of condooms gebruikten. Bijna een op de vier vrouwen heeft geen condoom gebruikt in het half jaar voorafgaand aan de abortus. 7.2 % gebruikte het condoom verkeerd. Van de tieners van 15 t/m 20 jaar heeft meer dan twee derde (68,8 %) in het halfjaar voorafgaand aan hun abortus een vorm van anticonceptie gebruikt.

 

Trends

Steeds minder zwangerschapsafbrekingen:

  • Sinds 2007 daalt het aantal abortussen. In 2018 zijn er 2.520 zwangerschapsafbrekingen onder tieners, waarvan 15 onder de 15 jaar. In totaal werden er 31.002 zwangerschappen bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd afgebroken waarvan 27.620 onder vrouwen die in Nederland wonen en 3.370 bij vrouwen die in het buitenland wonen.
  • 8% van alle zwangerschapsafbrekingen vindt onder tieners plaats.
  • Het abortuscijfer, het aantal abortussen per 1000 in Nederland wonende vrouwen in de leeftijdsgroep 15-44 jaar, is in 2018 8.8.
  • Een derde van de vrouwen heeft al eerder een zwangerschap laten afbreken. Dit is waarschijnlijk een onderrapportage (IG&J, jaarrapportage 2018 van de wet afbreking zwangerschap, 2020).

Steeds minder zwangerschapsafbrekingen bij tieners: 

  • Het aantal tienermoeders en het aantal zwangerschapsafbrekingen bij tieners daalt al jaren in Nederland.
  • Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen het laagste aantal tienermoeders.
  • Het anticonceptiegebruik onder jongeren is in Nederland relatief hoog.
  • Het aantal zwangerschapsafbrekingen blijft het hoogst in de leeftijdsgroep 25 tot 35 jaar.

Relatief meer zwangerschapsafbrekingen onder vrouwen met een niet-westerse achtergrond:

  • De tweede generatie Turkse en Marokkaanse vrouwen heeft minder zwangerschapsafbrekingen en kinderen op jonge leeftijd dan de eerste generatie.
  • Het aantal zwangerschapsafbrekingen onder Surinaamse en Antilliaanse vrouwen daalt maar is nog steeds relatief hoog.
Wat is seksuele grensoverschrijding?

Seksuele grensoverschrijding gaat over verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag of toenaderingen die seksueel van aard zijn. Dit kan fysiek en niet-fysiek zijn. 

 

Huidige situatie

Jongeren: 

  • 14% van de meisjes en 3% van de jongens 12-25 jaar heeft ooit seksueel geweld meegemaakt. 44% van de meisjes en 17% van de jongens heeft wel eens meegemaakt dat iemand over hun grenzen ging, variërend van aanrakingen tegen de wil tot geslachtsgemeenschap. Naarmate jongeren ouder zijn, hebben ze vaker seksuele grensoverschrijding meegemaakt. 8% van de jongens en 9% van de meisjes heeft hierover aangifte gedaan bij de politie (De Graaf et al., 2017). 
  • Ruim 1 op de 10 jongeren heeft in de afgelopen 6 maanden een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf aan iemand verstuurd (sextingSexting is het verspreiden of delen van seksueel getinte foto's of berichten via mobiele telefoons of andere mobiele media. De term is afgeleid van sex en texting (sms/mms). Sexting wordt een probleem en is strafbaar als dit zonder instemming van de ander gebeurt en/of onder druk, dwang of chantage…). Van 1 tot 2% van jongeren werd een naaktfoto of seksfilmpje met anderen gedeeld. Ruim de helft van de jongens en driekwart van de meisjes vonden dit vervelend. 

Lees meer over seksuele grensoverschrijding onder jongeren op de websites Seks onder je 25ste en op de pagina seksuele grensoverschrijding jongeren van Volksgezondheidenzorg.

Volwassenen: 

  • Bij de volwassenen heeft 53% van de vrouwen en 19% van de mannen seksueel grensoverschrijdend gedrag (inclusief ongewenste aanrakingen) meegemaakt. 22% van de vrouwen en 6% van de mannen heeft ooit seksueel geweld meegemaakt.

Meer informatie over seksuele grensoverschrijding onder volwassenen vindt u op Volksgezondheidenzorg.info: Seksuele grensoverschrijding volwassenen

 

Risicogroepen

Bepaalde groepen mensen lopen meer risico op een soaSeksueel overdraagbare aandoeningen of om slachtoffer te worden van seksueel overschrijdend gedrag. Wilt u goed beleid maken? Kijk dan welke risicogroepen er zijn en hoe u uw beleid het beste op deze groepen kunt afstemmen. 

Sommige groepen mensen hebben een verhoogd risico om een soaSeksueel overdraagbare aandoeningen te krijgen door seksueel risicogedrag, zoals onbeschermd seksueel contact, maar ook omdat soa's veel voorkomen in hun omgeving (netwerk of herkomstland) en door biologische kwetsbaarheid. Dat zijn met name:

  • jonge heteroseksuele mannen en vrouwen
  • mannen die seks hebben met mannen (msm)
  • mensen met hivhumaan immunodeficiëntievirus hebben een verhoogd risico om ook een andere soa op te lopen
  • mensen met een migratieachtergrond, zoals mensen van Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst
  • mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking
  • drugsgebruikers
  • sekswerkers en hun klanten 
  • swingers

Risicogroepen voor ongewenste zwangerschap zijn met name onder jongeren te vinden:

  • jonge starters
  • laag opgeleide jongeren
  • jongeren met een verstandelijke beperking of multi-problematiek
  • meisjes in de jeugdhulpverlening
  • jongeren met een niet-westerse achtergrond, vluchtelingen en asielzoekers
  • jongeren in kwetsbare omstandigheden (verslaving, dak- en thuisloos, psychische problematiek, schulden)
  • zeer gelovige jongeren  
Jongeren
  • Jonge starters lopen een groter risico op seksuele grensoverschrijding. Voor de meiden voor wie de eerste keer met 13 jaar of eerder plaatsvond werd 32% hiertoe overgehaald of gedwongen.
  • Jonge vrouwen hebben meer kans op seksueel geweld dan vrouwen op oudere leeftijd.
  • Laag opgeleide jongeren zeggen iets vaker dat ze bij hun eerste geslachtsgemeenschap werden overgehaald of gedwongen dan hoogopgeleide jongeren. Ook hebben laagopgeleide jongeren relatief vaak ervaring met gedwongen of ongewilde seks. 

 

Vrouwen 
  • Vrouwen en meisjes zijn vaker slachtoffer van vormen van seksuele grensoverschrijding, dwang of overhalen dan mannen en jongens.
  • Mannen en jongens zijn vaker pleger van seksueel geweld. De meeste plegers zijn bekenden van het slachtoffer.

 

Mensen afkomstig uit niet-westerse groepen 
  • Migranten, asielzoekers en nieuwkomers uit Afrikaanse, Oost- Europese en Zuid-Amerikaanse landen lopen een hoger risico op seksueel misbruik of seksuele uitbuiting. In sommige migrantengroepen is er meer risico op genitale verminking/vrouwenbesnijdenis, uithuwelijking, eergerelateerd geweld of kindhuwelijken. 

 

LHBTLesbisch, Homo, Biseksueel en Transgender (LHBT)
  • LHBT (lesbiënnes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) maken vaker seksuele grensoverschrijding mee dan heteroseksuele mannen en vrouwen en niet-transgenders. 25% van de biseksuele en 14% van de homoseksuele mannen heeft seksueel geweld meegemaakt. Bij de vrouwen is dit resp. 52% en 27%. 
  • Bij transgenders speelt mee dat gender-non-conform gedrag bij de sociale omgeving een negatieve reactie oproept. Dit bevordert het sociaal isolement van transgenders, ondermijnt hun zelfvertrouwen en weerbaarheid en maakt hen kwetsbaar voor agressie en grensoverschrijdend gedrag. (Bron: Dubbel kwetsbaar, Rutgers).

 

Mensen met een verstandelijke beperking en/of lichamelijke beperking

Kinderen, jongeren en volwassenen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek zijn extra kwetsbaar in hun seksuele ontwikkeling. Zij lopen een groter risico op (ernstige) vormen van seksuele grensoverschrijding dan mensen zonder een beperking. 

 

Meer informatie

Lees meer over seksueel geweld op de website van Rutgers

 

Oorzaken en gevolgen

Onbehandelde soaSeksueel overdraagbare aandoeningen  geven niet altijd klachten en kunnen ernstige gevolgen hebben voor iemands gezondheid. Op Volksgezondheidenzorg.info vindt u een overzicht van de belangrijkste oorzaken en gevolgen van soa en hivhumaan immunodeficiëntievirus :

Risicofactoren

De belangrijkste oorzaak  voor het ontstaan van een onbedoelde zwangerschap is dat er geen, of geen betrouwbare  anticonceptie is gebruikt, deze niet goed is gebruikt, of de anticonceptiemethode faalde. 

Individuele risicofactoren:

  • jong seksueel actief
  • gebrekkige kennis over het lichaam, voortplanting, onveilige seks en anticonceptie
  • misperceptie over anticonceptiemethoden en -gebruik
  • last van bijwerkingen bij hormonale anticonceptie
  • lage risicoperceptie
  • eenzaamheid, laag zelfbeeld of laag zelfvertrouwen
  • lage sociale norm rondom anticonceptie of condoomgebruik
  • lage impulscontrole of zelfbeheersing
  • conservatieve genderrolgedragingen en rolverwachtingen
  • versterkt gevoel dat er geen controle is over de loop van omstandigheden
  • sterke afhankelijkheidsrelaties (of gewelddadige relaties), kwetsbaar in relaties
  • beperkte weerbaarheid en onvoldoende communicatieve vaardigheden (om seks of seks zonder condoom te weigeren)
  • ambivalente kinderwens

Contextuele factoren in de levensloop:

  • kwetsbare leefomstandigheden (armoede, schulden, verslaving, psychische problemen, dak- en thuisloos, ongedocumenteerd)
  • gebrek aan structuur en stabiliteit
  • meemaken van schokkende gebeurtenissen in de jeugd
  • onveilige thuissituatie, verwaarlozing of geweld, scheidingen of conflicten thuis (onveilig gezinsklimaat) (met als gevolg gebrek aan hechting, eenzaamheid en een laag zelfbeeld)
  • geschiedenis in jeugdhulp of andere zorginstellingen
  • taboe op (spreken over) seksualiteit en anticonceptie in de thuissituatie
  • tienermoeders in de directe omgeving
  • intergenerationele overdracht (moeder al jong tienermoeder) en of afwezige vader
  • geringe sociale acceptatie van seksuele activiteit en anticonceptie (geen seks voor het huwelijk)
  • beperkt toekomstperspectief
  • onvoldoende financiële middelen om anticonceptie te betalen 

 

Gevolgen

Een onbedoelde of ongeplande zwangerschap stelt tieners voor ingrijpende keuzen over het wel of niet krijgen van een kind. Een kind krijgen als tiener beperkt de persoonlijke ontwikkeling en de maatschappelijke vooruitzichten. Tienermoeders en -vaders zijn vaak minder goed voorbereid op de komst van een kind. Het is lastiger om school, een opleiding of werk te combineren met het jonge ouderschap. Er ontstaan spanningen in de relatie en of zorg en opvoeding van het kind. Tienermoeders maken hun opleiding daardoor niet altijd af, vallen terug op een uitkering en lopen een grote kans op armoedeval. 

  • kwetsbare situatie voor tienermoeder: tienermoeders lopen een grotere kans om later in hun leven in slechte fysieke en mentale gezondheid te verkeren. Een groot deel van hen is alleenstaand, met minder kansen op een stabiele relatie en kunnen door hun moederschap in een geïsoleerde positie terecht komen. Ze lopen daarmee meer risico op eenzaamheid en depressie dan volwassen moeders. De kans is groter dat ze hun opleiding of school niet afmaken of op school verzuimen. Zij hebben daardoor ook minder maatschappelijke kansen en kunnen te maken krijgen met armoede.

  • tienervaders: er is nog weinig bekend over de gevolgen van de geboorte van een kind voor tienervaders. Meestal zijn de vaders ouder dan de tienermoeder. Er zijn tienervaders die door het krijgen van een kind op jonge leeftijd, juist meer verantwoordelijkheid gaan nemen over hun leven, een baan zoeken en meer gaan zorgen voor het kind. Ook zijn er tienermoeders die dankzij de eigen veerkracht en  een steunend netwerk, meer energie steken in goed ouderschap en in staat zijn een kind goede zorg en opvoeding te geven. 

  • kinderen van tienermoeders: er zijn aanwijzingen dat het de kinderen van tienermoeders minder goed af gaat dan andere kinderen.

  • vroeggeboorte en sterfte: Zwangere tieners lopen een verhoogde kans dat hun kindje rond de geboorte sterft of te vroeg wordt geboren.

Sommige tieners en vrouwen leven in kwetsbare omstandigheden. Ze krijgen een kind terwijl ze zelf op dat moment niet in staat zijn een kind goede zorg en veiligheid te bieden. Bij kindermishandeling of verwaarlozing van een kind, staan ouders onder toezicht of kan een kind uit huis gehaald worden. Ouders voelen zich soms falen of gekwetst en blijven vasthouden aan een kinderwens.

Er zijn ook vrouwen die soms te snel opnieuw zwanger raken. Als er al veel problemen zijn, kunnen met de komst van een kind, problemen verergeren. Tienerzwangerschappen zijn vaker ongepland en ongewenst. Zwangere tieners die onder druk van de omgeving, voor afbreking van een zwangerschap kiezen, kunnen psycho-sociale problemen ervaren. Voor de meeste tieners, is de afbreking van een zwangerschap een ingrijpend besluit maar geeft het ook opluchting. De meesten staan zelf achter hun besluit. 

Risicofactoren

Er zijn verschillende factoren die het risico op het plegen of meemaken van ongewenst seksueel gedrag vergroten. Een aantal daarvan gelden voor zowel plegers als slachtoffers:

  • genderstereotiepe opvattingen, seksuele dubbele moraal en traditionele rolopvattingen
  • negatief zelfbeeld
  • ongunstige opvoeding
  • gebrekkige communicatieve vaardigheden en moeite met interpretatie van grenzen en wensen
  • alcoholgebruik
  • ervaringen met seksueel misbruik in de kindertijd vergroot het risico op nieuw slachtofferschap aanzienlijk.

Bij plegers speelt ook groepsdruk, gebrek aan empathie en impulsiviteit een rol.

 

Gevolgen

Seksuele grensoverschrijding kan negatieve gevolgen hebben voor de lichamelijke gezondheid (zoals lichamelijk letsel, een zwangerschap of besmetting met een soaSeksueel overdraagbare aandoeningen /hivhumaan immunodeficiëntievirus ) en psychische, seksuele en sociale problemen met zich meebrengen. Zoals depressieve klachten, angsten, schuld en schaamte, relatieproblemen, of isolement.

Ook opnieuw slachtoffer worden komt voor (revictimisatie). De impact hangt sterk af van de vorm, aard, ernst en frequentie van de seksuele grensoverschrijding, de relatie met de dader en de mate waarin het slachtoffer het gevoel had het seksueel grensoverschrijdende gedrag te kunnen weigeren of te kunnen stoppen.

 

Meer informatie